Staatstempel van Bali
Audiogids Pura Jagatnatha (Pura Agung Jagatnatha)
Een lege lotustroon van wit koraal voor een God zonder vorm, gebouwd op een schildpad die de wereld kan laten beven: zo is de staatstempel van Bali, die van geen enkel dorp of gezin is, maar van iedereen.
- 30 min audio
- Balinese hindoetempel
Pura Agung Jagatnatha staat naast het Puputan-plein, midden in Denpasar. De Parisada, de raad van het Balinese hindoeïsme, stelde op 20 november 1961 voor hem te bouwen; gouverneur Anak Agung Bagus Sutedja keurde het goed op 5 februari 1963, en de werkzaamheden, onderbroken door de politieke beroering na 30 september 1965, eindigden met de inwijding op 13 mei 1968.
Het is een Kahyangan Jagat, een openbare tempel gewijd aan Ida Sang Hyang Widhi Wasa, de allerhoogste God, zonder band met enig dorp, clan of gezin. Op de binnenplaats rust een padmasana van wit koraal van zo'n 15 meter, met het gezicht en de handen van Bhoma uitgehouwen, op de schildpad Bedawang Nala en twee slangen.
Hoogtepunten
- Padmasana — lotustroon van wit koraal van zo'n 15 meter
- Bedawang Nala — de kosmische schildpad en de slangen Anantaboga en Basuki
- Tempel van iedereen — in 1968 ingewijd aan de allerhoogste God Sang Hyang Widhi Wasa
- Galungan — zo'n 5.000 gelovigen tijdens één feest
- Canang sari — dagelijkse offers van bloemen, rijst en wierook
Op een eiland waar bijna elk dorp, elke clan en elk gezin een eigen heiligdom heeft, ontstond de Pura Agung Jagatnatha met een ander idee: een tempel voor iedereen. Ongeveer 86-87 % van de bevolking van Bali is hindoe, en dit complex naast het Puputan-plein van Denpasar is gewijd aan wat dat geloof boven alles deelt: Sang Hyang Widhi Wasa, de allerhoogste God zonder vorm, ook Acintya genoemd.
De geschiedenis van de Pura Jagatnatha is die van een jonge republiek op zoek naar een eigen tempel. Het project werd in 1961 voorgesteld, in 1963 goedgekeurd, onderbroken door de politieke beroering na 30 september 1965 en op 13 mei 1968 ingewijd. Wat er te zien is in de Pura Jagatnatha, laat zich samenvatten in drie scènes: een gespleten poort die de drempel markeert, een binnenplaats waar offers het evenwicht van de wereld dragen en een toren van wit koraal met een lege zetel. De volledige ervaring ontvouwt zich bij een rondgang met de audiogids, halte voor halte.
De staatstempel staat aan de oostkant van het Puputan-plein, naast het Bali Museum aan dezelfde zijde van het plein. Op zo’n 730 meter hemelsbreed ligt de Pasar Badung.
Een tempel die van iedereen is, ontstaan tussen 1961 en 1968
Poort van de tempel
Samenvatting van deze stop
Het bezoek begint voor de candi bentar, de gespleten poort met bewakersbeelden die de ingang van de tempel markeert. Wat erachter ligt, is ongewoon voor Bali: een Kahyangan Jagat, een openbare tempel gewijd aan Ida Sang Hyang Widhi Wasa die niet bij een bepaald dorp, een bepaalde clan of een bepaald gezin hoort.
De oorsprong is recent en goed gedocumenteerd. Op 20 november 1961 stelde de Parisada, de raad van het Balinese hindoeïsme, voor een grote tempel in Denpasar te bouwen; op 5 februari 1963 gaf gouverneur Anak Agung Bagus Sutedja zijn goedkeuring. De werkzaamheden lagen stil door de politieke onrust na 30 september 1965 en werden daarna hervat, tot de inwijding op 13 mei 1968.
Die tijdlijn verbergt een diepere geschiedenis over wat het in die jaren betekende een gemeenschappelijke tempel te bouwen, en precies daar, voor de poort, onthult de vertelling haar.
Offers en de drie harmonieën van de buitenplaats
Buitenplaats
Samenvatting van deze stop
Op de buitenplaats, naast het paviljoen van de kulkul, de trommeltoren, toont de tempel zijn dagelijks leven. Om binnen te komen zijn een sarong (kain) en een om het middel gebonden sjerp (selendang) verplicht, en binnen is plaats voor maximaal 500 gelovigen tijdens één gebedssessie, begeleid door zo’n 20 pemangku-priesters. Tijdens Galungan komen er ongeveer 5.000 mensen.
Op trappen en bij heiligdommen verschijnen de canang sari, kleine schaaltjes van palmblad met bloemen, rijst en wierook. Meestal bereidt en brengt een vrouw des huizes ze, doorgaans elke ochtend en elke middag, in een klein gebaar dat verbonden is met een groter idee: Tri Hita Karana, ‘de drie oorzaken van welzijn’, de harmonie met het goddelijke, tussen mensen en met de natuur.
Wat een eenvoudige bloemversiering lijkt, werkt als het dagelijkse raderwerk van die drie harmonieën, en de audiogids legt op de binnenplaats zelf uit waarom.
De lotustroon op de kosmische schildpad
Padmasana
Samenvatting van deze stop
Op de binnenplaats verrijst het middelpunt van de architectuur van de Pura Jagatnatha: een padmasana van zo’n 15 meter, van wit koraal gebouwd en met het gezicht en de handen van Bhoma versierd. Een padmasana, of ‘lotustroon’, is een heiligdomstoren met een lege zetel voor Sang Hyang Widhi Wasa als bekroning, vaak met een gouden figuur van Acintya, de God zonder vorm. Dit type heiligdom kwam in de zestiende eeuw naar Bali met de Javaanse priester Dang Hyang Nirartha.
Aan de basis verschijnen de schildpad Bedawang Nala en de slangen Anantaboga en Basuki, die de wereld stabiel houden. De legende uit de Balinese kosmologie wil dat de schildpad de aarde op haar schild draagt, vastgehouden door de slangen, en dat de aarde beeft wanneer zij beweegt.
De hele witte toren rust dus op een schildpad die haar schouders zou kunnen ophalen. Wat die lege troon zegt over de Balinese manier om God te begrijpen, wordt onthuld door de vertelling aan zijn voet.